Corona

Hoe gaat het met Caroline Kooij van IJssalon De Hoop?

In een interviewreeks spreken we met een aantal Blaricummers over hoe het met hen gaat in deze tijden van corona.

Hoe gaat het met Caroline Kooij van IJssalon De Hoop?

“Mensen noemden ons een lichtpuntje in deze tijd”

Caroline Kooij en haar man bij een dranghek voor hun IJssalon

Toen corona in maart binnenviel, stroopte Caroline Kooij haar mouwen op. “Opa  heeft in de oorlog ook ijs verkocht, je gaat mij niet vertellen dat we dit niet gaan overleven”, zei ze tegen zichzelf. Zes maanden later, een zomerse septemberavond, staat er een enorme rij voor IJssalon De Hoop aan de Blaricumse Huizerweg. “Een interview? Veel te druk. Morgenochtend!”

Haar overbekende IJssalon was een week dicht. Toen was er omgeschakeld naar “afhalen en alles inpakken. En niet meer rond het pand van je ijsje genieten. Recreëren met je ijsje kon niet meer. Het was afhalen en naar huis.”

Maar het mooie weer bleef en zes weken lang had ze haar eigen verkeersregelaar nodig. De verplichte ‘anderhalve meter’ zorgde voor enorme rijen. “Het leek wel een pretpark, zo lang was de rij soms.” BOA’s kwamen regelmatig langs. “Maar zij dachten altijd mee. En er stonden ineens tien dranghekken op de stoep. Van de gemeente. “Wat moet ik daarmee?”, vroeg ik. “Neerzetten!”. Dat meedenken heeft enorm geholpen. Ik ken collega’s in Noord-Holland die dicht moesten. Bij ons is het altijd goed gegaan. Maar vijftig mensen tussen dranghekken met anderhalve meter afstand ziet eruit als enorm veel mensen.”

Alleen het zitgedeelte is nog dicht. “Hopelijk kan dat in maart weer open. En ‘gewoon’ is het natuurlijk nog lang niet. Begin juni mochten mensen weer een ijsje eten rond de salon en stopte het inpakken. Vanaf juli mocht er buiten weer een coupe worden gegeten en sinds augustus moeten we registreren. Voor ondernemers is het iedere week anders.”

Er zijn ook lichtpuntjes. “De heg aan de voorkant van het pand is eruit. Echt duizend keer beter dan het was. De rij moest ergens heen en ons terrein was te krap, maar het is écht duizend keer beter”. Ze bedachten koningsdagpakketten, die vlogen de deur uit. Rond Moederdag en Vaderdag stond de kelder stampvol taarten. “De zaak leek wel ontploft. We hadden zijdeurverkoop met taarten en aan de voorkant werd ijs geschept.”

Caroline Kooij wist al dat ze een stabiel bedrijf had. Dat gevoel werd afgelopen periode nog sterker. “De flexibiliteit was enorm. Er is bevestigd dat wij op alle mogelijke manieren kunnen draaien. Ik ben trots op hoe we het gedaan hebben. We legen altijd de prullenbakken in het dorp, maar nu nog vaker en hebben zelfs een jongetje met een bolderkar het dorp in gestuurd om rommel op te ruimen.”

Reacties van klanten waren hartverwarmend. “Mensen die het heerlijk vonden dat wij open waren (“gelukkig zijn jullie er nog”). Zij noemden ons een lichtpuntje in deze tijd.”

Wat de toekomst op korte termijn gaat brengen? “25 oktober is onze laatste zondag, dan even pauze en ik denk dat het met Kerst héél druk gaat worden. Mensen zullen het thuis gezellig willen maken en dan gaat het voor ons druk worden met ijstaarten en de webshop.”

Dan stokt de spraakwaterval even en verandert de toon. “Maar laten we niet vergeten dat er ook vaste klanten waren die door corona niet meer komen, nóóit meer.”